Onze relatie tot de mode is niet altijd ongestoord. Ze verandert snel, is moeilijk te voorspellen en dwingt ons een cruciaal groter deel van ons inkomen in kleding te investeren dan anders nodig zou zijn. Desondanks onderwerpen wij ons haar graag. En wat de man van tegenwoordig draagdt is vaak genoeg vooral op het gebied van de klassieke mannenmode toch al discutabel.
Het is dus verwonderlijk dat juist degene die het zouden moeten weten en aan hun wij een groot deel van al ons snellevend modetrends verdanken, juist deze mode, die hun aan het leven houdt niet veel kunnen ontlokken. Zo zei bijvoorbeeld de grote Coco Chanel, oprichter van een modelabel met wereldfaam: Ik ben tegen mode, die vergangelijk is. Ik kan niet accepteren dat men kleding weggooid alleen omdat het lente is.
Wat ze hier zo pregnant op het punt brengt is in het gebied van de klassieke mannenmode bijna tot een grondprincipe geworden, sinds van Savile Row uit het concept van de permanent fashion zijn triomftocht aan trad. De kernuitspraak is simpel: kleding, die sober is en perfect aan lichaamsproporties en type van hun drager gepast werd, komt niet echt uit de mode omdat ze hun eigenaar gewoon staat.
Want daarom gaat het: kleding hoeft namelijk niet alleen modisch te zijn ze moet ook bij de mens passen. En dit heeft niet alleen betrekking op de maat. Perfecte producten kunnen aan sommige mensen gewoon afschuwelijk uitzien Vivienne Westwood, eveneens modeicoon heeft het 2005 helder samengevat:
Ik maak onderscheid tussen echte mode en de afschuwelijke massaproductie. De mensen kopen vreselijke kleding die niets met hun persoonlijkheid te maken heeft. Uiteindelijk zien er negentig percent van de mensen tegenwoordig geniformeerd uit.
Zelf de grote Karl Lagerfeld constateerd: Elegantie heeft helemaal niets met mode te maken. Waarbij juist sommige accessoires en kledingsstukken sommige van de modetsaren een doorn in het oog zijn. Zo zei bijvoorbeeld Gianni Versace 1990, de
stropdas is geen waarborg meer voor sociale bekwaamheid, omdat bijna ieder boef ze draagt en oogst ermee heftig protest. Verrassend ging hij alleen gering over het commentaar van zijn collega Armani eruit, die zei dat een man tegenwoordig geen stropdas meer nodig had om goed eruit te zien. Immers schreef hij haar toch de rol van een decoratief detail toe. En misschien zou de mannenmode profiteren als wij ons weer eens in ons geheugen op zullen halen dat mode precies dat zou zijn: een sierrade, niet een dictatuur.